Keiharde dromen
Kd·1·Hoofdpijn
Door:
Drama / Roman
* 28 november 2007 | => 4 december 2019, 12:50u.
820 w. ± 5 min.


In twee totaal verschillende werelden
— of is het er één? —
vechten twee meisjes
— of is het er één? —
om tenminste één waarheid te vinden…
— of zijn het er twéé?


***HOOFDSTUK 1***


Met een scherpe hoofdpijn ging ze naar bed, die afschuwelijke avond. Nóóit zou ze erover praten — met niemand! De slaap zou haar welkom zijn. Ze had nu twee geheimen. Het oudste daarvan was een fijn geheim. Dat was iets om blij mee te zijn, vond ze: iets om als een schat te bewaren. Het andere, het nieuwe… ze zou het vèr weg willen stoppen — het verscheuren, het verbranden, het vernietigen!
O, dat het maar nóóit gebeurd was!
…Maar ze wist, dat het onmogelijk was om het te vernietigen. Alles wat ze het liefst met dat bóze geheim wilde doen, zou ze met zichzelf moeten doen… en dan was het nog maar de vraag of het echt zou helpen, of dat het niet nog erger zou blijken te zijn dan dit huidige bestaan.
Met een misselijk gevoel en een zwaar bonkend hoofd draaide ze zich langzaam om. Tranen drupten op haar versleten kussen.
„Heer,” kraste haar hese stem in een halve poging te fluisteren. „Help me…”
De zó fel door haar begeerde slaap liet echter nog lange uren op zich wachten. Haar ruwe deken was klam van het zweet; haar oude kussen vochtig van tranen, die geen troost hadden gebracht… maar de slaap nam uiteindelijk haar hoofd in zijn armen.

„Goedemorgen, prinses Lidhia!”
„Hmmmmm — goedemorgen, Kirja… is het alweer tijd om op te staan?”
Prinses Lidhia opende haar ogen en rekte zich eens behaaglijk uit terwijl ze naar haar kamermeisje keek dat boven haar spiegelbed zwom, waar ze een nieuwsgierig zeepaardje in de richting van de open ramen dirigeerde. Toen het beestje weer buiten rondzwom, rustte Kirja’s blik even onderzoekend op de jonge prinses, voor wier verzorging zij verantwoordelijk was.
„Wat is er, Kirja?”
„…Niets, Hoogheid,” antwoordde het opmerkzame meisje verlegen.
„Kirja, ik ken je al mijn hele leven.”
Een schuchter glimlachje brak door tot in Kirja’s gezichtsuitdrukking. Maar even snel was ze weer serieus, en keek ze de prinses open en eerlijk aan. Ze haalde eens diep water voor ze begon: „Ik… maak me zorgen om u, lieve prinses.”
De prinses fronste, en keek weg.
„Zorgen? Waarom?”
„Iedere nacht, wanneer ik klaar ben met mijn taken, kom ik even hier op uw kamer om te zien of alles wèl is met u, en… om u te zegenen.”
Daar keek Lidhia van op. Dàt was nieuw voor haar.
„Ga verder,” spoorde ze aan.
„U hebt onrustig geslapen, vannacht.”
Opnieuw keek de prinses van haar kamermeisje weg. Toen ze haar blik onder controle had en haar ogen weer op de bezorgde blik van haar metgezellin rustten, besloot ze haar kamermeisje haar vertrouwelinge te maken. Althans, tot op veilige diepte.
„Geloof jij… dat er een land kan zijn, of een wereld buiten de onze… waarin wezens zoals wij op het droge wonen?”
„Ik… zou het niet weten,” antwoordde Kirja blozend. „Wat is de achtergrond van die vraag?”
„Zomaar,” ontweek Lidhia. „Het is gewoon… ik euhm… ik vraag het me wel eens af. Er zijn wel eens dieren gevangen, die uit de lucht naar beneden komen en zich in het water wagen. Dieren, die kunnen leven zonder water… Dieren, die ònder water niet eens kùnnen leven… Het zou dus best eens kunnen, dat er ook wezens zijn, luchtlingen, die op dezelfde manier leven.”
„Ik… vind dat een eng idee,” bekende Kirja.
„Ik ook. Tenminste, ik vònd het een eng idee.”
„U gaat het toch niet probéren, hè?”
„Geen zorgen, lieve Kirja. Ik zal het niet proberen. Ik weet heel goed dat ik in geen geval boven water kan leven. Brrr! Stel je voor!”
„Mag ik vragen waar uw ideeën vandaan komen?” vroeg Kirja voorzichtig.
„Ik heb erover gedroomd,” vertrouwde Lidhia haar toe. „Maar je mag er niemand iets over vertellen, hoor!”
„Natuurlijk niet!” beloofde Kirja plechtig. „Ik zal er met niemand over spreken dan met u. En vandaag gaan we u prachtig opmaken voor uw eerste bal!”
„O ja!”
De zorgen van het luchtmeisje Gabriëlle moesten plaats maken voor het èchte leven van die boeiende dag…

Met een kreun realiseerde ze zich dat ze weer wakker was. Beelden van een imposant, feestelijk onderwaterbal en een geweldige tijd met haar kamermeisje dreven nog door haar ziel, maar vluchtten te snel weg toen haar nieuwste geheim zich aan haar bewustzijn opdrong. De hoofdpijn was er nog, merkte ze terwijl ze haar hoofd optilde om op de klok te kunnen kijken. Ze wist dat ze zich door deze héle dag zou moeten vechten — alléén — voor ze weer in haar droomwereld, die toch zo echt leek te zijn, kon vluchten.
„School!” mopperde ze, terwijl ze zich moeizaam omhoog werkte en wenste dat die drukke mussen niet zo schel zouden tsjilpen onder haar raam.