Keiharde dromen
Kd·2 Coltrui
Door:
Drama / Roman
* 6 december 2007 | => 5 februari 2019, 14:42u.
840 w. ± 5 min.

„Doei pa!”
„Dag meisje. Fijne dag op school hè?”
Eén tel was het stil vanuit de keuken. Toen hoorde hij de onmiskenbare klik van de keukendeur, die geopend werd. „Hé! Moet je niet wat eten!?”
Vaag hoorde hij door het geluid van de dichtvallende deur en de gedeeltelijke isolatie van het dubbele glas een onverstaanbaar antwoord, terwijl hij Gabriëlle hoofdschuddend nakeek.
„Weer eens te laat uit bed gestapt,” mompelde hij tegen haar nog jonge poes Milky, die zijn krant ontdekt had en met haar pootje probeerde aandacht te trekken — ten koste van een toch al niet bijzonder flatterende foto van de één of andere schijnbaar bekende Nederlander.

Het was het derde uur. Gabriëlle zat achterin tijdens de aardrijkskundeles van meneer Ter Heerdt. Eigenlijk zat ze het liefst altijd achterin, maar dat was haar aan het begin van het schooljaar niet bij iedere eerste les gelukt, en sommige leraren hadden haar al gauw verder naar voren gehaald. Dat had hen niet populair gemaakt bij de onvoorspelbare leerlinge. Ter Heerdt had dat niet gedaan, die was wat vrijer — maar niet alleen dáárin, zo had Gabriëlle ondervonden.
Ze keek met haar typerende, nietszeggende uitdrukking naar Ter Heerdt, en liet zijn verhaal over het ontstaan van een vulkaan langs haar heen gaan. Ze had andere dingen aan haar hoofd. Haar hoofdpijn was het minste daarvan.
Plotseling schrok ze op, bij het horen van haar naam.
Ter Heerdt was stil, en stond haar vragend aan te kijken.
Ze werd vuurrood; begreep mede uit de blikken van sommigen uit de klas dat er een antwoord van haar verlangd werd op een vraag, die ze niet had meegekregen. Haar anders zo behaaglijke coltrui prikte nu plotseling onverdraaglijk rondom haar hals.
Ze opende haar mond om iets te zeggen, maar haar docent was haar voor.
„Ik vond al, dat je de hele tijd zo geïnteresseerd zat te luisteren. Blijkbaar deed je maar alsof. Denk je eraan, Gabriëlle, dat dit het belangrijkste jaar van je schoolloopbaan is? Je kunt het je niet veroorloven om te blijven zitten. Dat zou echt zonde zijn.”
Ze sloeg haar ogen neer. Hees klonk haar stem: „Wat was de vraag, meneer?”
„Nee, laat nu maar zitten. Ik verwacht je in de grote pauze even bij mij, hier in dit lokaal. We moeten het ècht eens even hebben over je prestaties, nee, het gebrèk daaraan, jongedame!”
Eén moment keek ze hem in de ogen — liet toen haar blik weer gauw terugvallen op haar boek, waar een schematische tekening de vorming van een nieuwe krater weergaf.
In dit lokaal? Naast ontzettend opgelaten voelde ze zich nu plotseling ook misselijk. Het liefst zou ze dit lokaal nóóit weer van binnen hoeven te zien…

„Aaaah,” verzuchtte prinses Lidhia, die zich uitgebreid uitrekte in een stille, verlaten uithoek van de paleisgronden. Het grote licht scheen helder vandaag, ver boven de watersfeer, en verwarmde haar van binnen. Alles om haar heen was zo vol van dat onbeschrijflijk mooie palet van de meest uiteenlopende vormen en kleuren… Haar moeder hield van koraalriffen en had een klein legertje aan koraalverzorgers in dienst. De paleisgronden van Liliaño stonden niet voor niets bekend als de mooiste koraaltuin ter wereld. En zij maakte daar, als de derde van vijf koningskinderen, dagelijks deel van uit. Een paar helderwitte glinstervisjes kronkelden door haar lange, blonde haar en gaven het onbewust een prachtige schittering, doordat schilfertjes van hun schubben in het haar achterbleven. Een tiental meters boven haar hing een lome maanvis te genieten van het zonlicht. Hij liet zich langzaam naar links afglijden, in de richting van de stad.
Lidhia liet zich op haar rug in het water zweven. Ze genoot van de stilte en haar vrije tijd. Zo meteen zou Kirja haar weer komen halen voor de tweede sessie met haar onderwijzer, die dag. Die uren met magister Toenak waren altijd een plezierige tijd, maar op dit moment wilde ze het liefst blijven genieten van de vele soorten levende wezentjes om haar heen, waarvan ze de meeste bij soortnaam kon noemen.
Wat zou Ter Heerdt nu gaan doen?
…Lidhia schudde haar hoofd. De kleine glinstervisjes vluchtten weg in de richting van het dichtstbijzijnde koraalmassief.
Daar wil ik nu niet aan denken! Dat komt vannacht wel weer… Gewoon genieten, nu…
„Prinses Lidhia?”
„O, hoi, Kirja. Mooi is het hier, hè?”
„Ja, prachtig.”
Nog even stilte, dacht Lidhia glimlachend.
„Ik kwam u eigenlijk halen voor uw tweede sessie.”
„Ja, weet ik,” gaf Lidhia te kennen, en kon toen niet laten te vragen: „Heb jij wel eens gedroomd alsof je iemand anders was?”
Waarom stel ik die vraag? Ik wil hier niet mee bezig zijn, nu!
„Alsof ik… nou, nee,” bekende Kirja. „Ik heb wel eens heel realistische dromen, maar ik ben dan eigenlijk altijd mijzelf. En in onze eigen wereld — ook al heb ik, heel soms, ook wel vreemde dromen.”
„O,” reageerde Lidhia. Ze vroeg zich af hoe ze het goed duidelijk zou kunnen maken aan haar kamermeisje. „Kom, ik moet gaan, anders kom ik te laat.”